Voorbeeld: 2/4 ÷ 1/3 De teller staat boven de streep en de noemer onder de streep. teller / noemer. Als je door een breuk deelt, draai de tweede breuk om en vermenigvuldig daarna.
Stap 1: Draai de tweede breuk om: 1/3 wordt 3/1. Stap 2: Vermenigvuldig de tellers: 2 × 3 = 6. Stap 3: Vermenigvuldig de noemers: 4 × 1 = 4. Stap 4: Schrijf de nieuwe breuk: 6/4. Stap 5: Vereenvoudig de uitkomst: 6/4 wordt 3/2 of 1 1/2.