De teller staat boven de streep en de noemer onder de streep.
Belangrijk bij optellen en aftrekken
Bij optellen en aftrekken moet je de noemer altijd gelijk maken.
De teller vermenigvuldig je dan met het zelfde getal.
Wat je onder de streep doet doe je ook boven de streep.
Belangrijk bij vermenigvuldigen
Bij vermenigvuldigen moet je de noemer niet gelijk maken.
Je vermenigvuldigt teller × teller en noemer × noemer.
Belangrijk bij delen
Bij delen moet je de noemer niet gelijk maken.
Draai de 2e deler om en vermenigvulgig dan de teller en de noemer.
- Voorbeeld: 3/4 ÷ 2/5
- Stap 1 omdraaien: 3/4 x 5/2
- Stap 2: vermenigvuldigen: 3 × 5 / 4 × 2 = 15/8 of 1 7/8
Optellen
- Koken: ½ liter melk + ⅓ liter melk = 5/6 liter
- Tijd: ¾ uur studeren + ½ uur sporten = 1¼ uur
- Budget: 2/5 spaargeld + 2/5 bijbaan = 4/5 totaal
Aftrekken
- Koken: ¾ kop suiker - ⅖ kop suiker = 7/20 kop
- Tijd: 5/6 dag project - ¼ dag besteed = 7/12 dag over
- Voorraad: ¾ meter stof - ⅓ meter gebruikt = 5/12 meter over
Vermenigvuldigen
- Recept: ½ van ¾ liter melk = 3/8 liter
- Bouw: ⅔ van ¾ meter balk zagen = ½ meter
- Kans: ½ × ⅓ = 1/6 kans
Delen
- Verdelen: ¾ taart ÷ ½ persoon = 1½ taart per persoon
- Omrekenen: ⅖ liter ÷ ⅕ liter per fles = 2 flessen
- Recept aanpassen: ¾ kop suiker ÷ 2 = 3/8 kop suiker